vertaal deze pagina

   Zoek op deze site met FreeFind

Beitem in het Keltisch tijdperk

Typische Keltische huizenbouw in het zgn. La-Tène tijdperk (450-57 voor Christus). Reconstructie van nederzetting, opgegraven tussen 1971 en 1974 in het Duitse Bundenbach.
Typische Keltische huizenbouw in het zgn. La-Tène tijdperk (450-57 voor Christus). Reconstructie van een
nederzetting, opgegraven tussen 1971 en 1974 in het Duitse Bundenbach.

Er is op het huidig grondgebied van Beitem nooit ernstig archeologisch bodemonderzoek gedaan naar de eventuele aanwezigheid van kleine woonkernen uit de tijd van de Kelten. De enige bekende Keltische (hoogte)nederzettingen op het grondgebied van het huidige West-Vlaanderen bevinden zich op de Kemmelberg en in Kooigem bij Kortrijk. Wat niet wil zeggen dat er elders in onze streken géén (bijv. kleinere) Keltische nederzettingen waren, maar het ontbreekt ons helaas aan sluitend bewijsmateriaal.

Wie waren de Kelten?

Kaart met het verspreidingsgebied (in oranje kleur) van de Kelten tussen 800 en 57 voor Christus. (Bron: Wikimedia)
Kaart met het (oranje gekleurd) verspreidingsgebied van de Kelten tussen 800 en 57 vóór Christus. (Bron: Wikimedia).

Tijdens de Ijzertijd trokken uiteenlopende indo-europese volkeren en stammen, die de Keltische taal spraken, vanuit het huidig Midden-Europa, ten noorden van de Alpen, geleidelijk naar Westelijk-Europa, inclusief onze gewesten. De Ijzertijd situeerde tussen ongeveer 800 vóór Christus, en de komst van de Romeinen, in 57 vóór Christus. Die periode kan men nog eens opdelen in: de vroege Ijzertijd (= de Hallstatt-periode, ca. 800 - ca. 450 v. Ch.) en de eigenlijke Ijzertijd (= La Tène-periode, ca. 450 - 57 vr. Ch.).

In de Ijzertijd werd steeds veelvuldiger gebruik gemaakt van ijzer in plaats van brons voor het vervaardigen van voorwerpen. In de heuvelforten en grafheuvels uit de Ijzertijd zijn tal van werktuigen, fraaie sieraden, bijlen, wapens, praalwagens, paardentuig, rijk en gevarieerd beschilderd aardewerk, e.d. opgegraven, die getuigen van de grote welvaart en macht van de Keltische elite, de zogenaamde "prinsen".

Reconstructie van een Keltische heuvelfort.
Reconstructie van een Keltische heuvelfort. (Bron: www.westhoek.net).

Tijdens de 5de eeuw vóór Christus (in de vroege La Tène-periode) ontstonden in onze streken een aantal versterkte nederzettingen, bovenop bestaande zogeheten getuigenheuvels. Die getuigenheuvels ontstonden zo'n 8 miljoen jaren vóór onze tijdrekening. De zeespiegel steeg en héél Vlaanderen kwam onder water te liggen. Toen de zee zich noordwaarts terugtrok, werd de zandvlakte blootgesteld aan verwering. Op sommige plaatsen bevatte het afgezette zeezand relatief veel ijzer. Daar "roestte" het zand, klitte de bodem aaneen tot ijzerzandsteen, dat weerstand bood aan de erosie. Op plaatsen zonder ijzerzandsteen werden de de zachtere oppervlaktelagen weggespoeld. Zo ontstond een typisch landschap met zogeheten getuigenheuvels in het zuiden van West-Vlaanderen (het Heuvelland).

De Kemmelberg

De Kemmelberg in het Westvlaamdse Heuvelland.
De Kemmelberg in het Zuid-Westvlaamdse Heuvelland (Bron: Wikimedia).

De Kemmelberg, gelegen in het Zuid-Westvlaamse Heuvelland, is ongetwijfeld het beste overgebleven voorbeeld in Vlaanderen van een versterkt Keltisch fort bovenop een getuigenheuvel. Op de top stond in de Ijzertijd, vanaf circa 450 vóór Christus (late Hallstatt-periode en vooral vroege La Tène-periode), een imposante nederzetting, bewoond door de locale Keltische aristocratie.

Maquette van het Keltisch heuvelfort bovenop de Kemmelberg.
Maquette van het Keltisch heuvelfort bovenop de Kemmelberg.

Het heuvelfort (= "oppidum", in het Latijn) was voorzien van een vernuftig verdediginsysteem met aarden omwallingen aangedamd met stenen ophopingen, grachten, houten omheiningen en toegangen. In tijden van onrust was de vesting een toevluchtsoord voor de omwonenden. Binnen de omheining bestond er een residentiële zone voor de rijke bewoners en daarnaast een ambachtelijke zone met pottenbakkers, die aardewerk met een eigen vormgeving en versiering maken.

Pottenbakkerij in een veldoven.
Keltische pottenbakkerij in een veldoven.
Keltische oven waarin zout wordt gewonnen uit zeewater.
Keltische oven waarin zout werd gewonnen uit zeewater.

Van boven op de strategisch gelegen 158 meter hoge Kemmelberg controleerden de Kelten de handelswegen en rivieren (de Douve, de Ijzer en de Leie) in de wijde omgeving. Vooral de zouthandelroute, die vanaf de kust naar het binnenland liep, hielden ze nauwlettend in het oog. Zout was een schaars, dus duur én gegeerd product: het zorgde voor een goede bewaring van eten (het pekelen van het vlees) én het was een smaakgever. Voeg daarbij het ambachtelijk werk (de pottenbakkers), de ontginning van eigen zoutaders, locale ijzerwinning uit de ijzerhoudende zandsteen, het bewerken van de vruchtbare landbouwgronden. Dat alles verklaart de rijkdom, de de macht en het prestige van de bewoners van het heuvelfort op de Kemmelberg.

Kooigem

Zicht op de heuvel met het Kooigembos.
Zicht op de heuvel met het Kooigembos, waarop een Keltisch fort stond.

In Kooigem, ten zuiden van Kortrijk, ter hoogte van het Kooigembos, is eveneens een typisch Keltische heuvelfort (= oppidum) uit de Ijzertijd teruggevonden. De nederzetting was een omheinde constructie, die misschien tegelijk fungeerde als een soort van openluchtheiligdom. De 52 meter hoge beboste heuvelkam met zijn Keltische versterkte vesting was strategisch gelegen tussen de Schelde- en Leievallei.

Keltische nederzettingen in lager gelegen gebieden

Reconstructie van een Keltische boerderij uit de Ijzertijd
Reconstructie van een Keltische boerderij uit de Ijzertijd (800-57 vóór Christus).

De armere doorsnee-Kelten woonden in eenvoudige rechthoekige houten huizen met rieten dak en met vlechtwanden die met leem waren bestreken. De vloer bestond uit aangestampte aarde, bedekt met dierenhuiden. De huizen waren gegroepeerd in kleine dorpen. Rond de huizen werd vaak een aantal kleinere - soms op palen geplaatste - bijgebouwen opgetrokken, met een bevloering van houten planken, die gebruikt werden als keuken, stal, schuur, opslagruimte voor levensmiddelen, enz.

Reconstructie van een Keltische woning uit de Ijzertijd.
Reconstructie van een Keltische woning uit de Ijzertijd.

De Kelten in kleinere woonkernen leefden vooral van landbouw (graangewassen) en veeteelt (schapen, runderen, varkens). De Kelten hadden een vorm van bescheiden welvaart, bezaten eenvoudige maar degelijke huisraad, meubilair, e.d. en ze dosten zich kleurrijk uit met bronzen en gouden juwelen en felle en kleurrijke wollen kledij. De Kelten aanbaden veel natuurgoden en brachten offers in houten tempels. Hun druïden speelden in het dagelijks leven een belangrijke rol als priester, als rechter en als opvoeder van de jeugd.

De Menapiërs

Reconstructie van een Menapische woning uit de Late Ijzertijd.
Reconstructie van een Menapische woning uit de Late-Ijzertijd. Destelbergen, Gallische Hoeve.

Het machtsmonopolie van de Kelten brokkelde geleidelijk af in de 3de en 2de eeuw v. Chr. toen oorlogszuchtige volksstammen, afkomstig uit noordelijk Europa, zich vestigden in onze streken. In het huidige West-Vlaanderen woonden de Menapiërs (Latijn. Menapii), die zich vermengden met de Keltische bevolking. Hun grondgebied grensde in het zuiden aan dat van de Morinen (Latijn. Morini), in het oosten aan dat van Eburonen. De Schelde lijkt de grens te zijn geweest met stammen zoals de Nerviërs. Ten westen was de Noordzee een natuurlijke grens.

Zo woonden de Keltische boeren bij ons.
Zo woonden de Keltische boeren bij ons (Bron: reconstructietekening van www.westhoek.net).

De Menapiërs bouwden géén steden, maar woonden in her en der verspreide hutten, op heuvelruggen, midden in onherbergzame wouden, temidden van venen en moerassen. Hun hutten stonden op een omwalde mote (= grondophoging), om zich te beschermen tegen overstromingen en overvallers. In de kuststreek beschikten ze over boten en waren uitstekende zeevaarders. De kustbewoners deden aan het zieden van zeezout, één van hun belangrijke handelsproducten. Of in venen en moeren staken ze turf (=modder), dat - eenmaal gedroogd in de zon - erg bruikbaar was als brandstof om de woning én het voedsel op te warmen.

Reconstructie van een dorp uit de tijd van de Germaanse stammen in onze streken.
Reconstructie van een dorp uit de tijd van de Germaanse stammen in onze streken
(Bron: www.westhoek.net).

Meer landinwaarts werden door de Menapiërs vruchtbare gronden ontgonnen voor de landbouw. De Menapiërs produceerden kwaliteitsvolle textielwaren (wol, vlas, linnen). De wollen stoffen uit onze streken stonden hoog aangeschreven elders in westelijk Europa. De vermaarde Middeleeuwse Vlaamse lakennijverheid, met Ieper als hoofdstad, kwam dus al 1000 jaar eerder op gang! De Menapiërs waren ook gespecialiseerd in de kweek van varkens. De Menapische ham was later voor de Romeinse veroveraars een lekkernij!

Verovering door de Romeinen (58-50 v. Chr.)

De volksstammen in noordelijk Gallië op het einde van de 1ste eeuw, waaronder de Menapiërs, die onze streken bevolkten.
Volksstammen in N.-Gallië (einde van de 1ste eeuw). De Menapiërs bevolkten onze streken.

Het noordelijk deel van Gallië werd tussen 58 en 51 v. Chr., tijdens de zogeheten Gallische Oorlogen, veroverd door de legioenen van de Romeinse proconsul en veldheer Julius Caesar. De meeste stammen moesten zich noodgedwongen onderwerpen aan het goed georganiseerde en veel te sterke Romeinse leger. In onze streken bood de Germaans-Keltische volksstam van de Menapiërs, samen met de Morinen, het langst en hardnekkigst weerstand tegen de Romeinse invallers.

Telkens wanneer Caesar probeerde hen te veroveren lieten de Menapiërs hun nederzettingen zo goed als leeg achter en trokken zich, met hun voornaamste bezittingen en hun veestapel, terug diep in hun onherbergzame moerasbossen, waarin het leger niet kon doordringen. Deze "tactiek van de verschroeide aarde" pasten ze herhaaldelijk met succes toe. Via verrassingsaanvallen her en der maakten ze het leven van de Romeinen zuur.

In 53 v.Chr. besliste Caesar om met 5 legioenen de Menapiërs, die zich weer eens hadden teruggetrokken in hun vrijwel ontoegankelijke bossen, langs drie kanten tegelijk aan te vallen. De Romeinse legers vernielden alles, staken alles in brand en namen vele mensen gevangen. Uiteindelijk moesten de Menapiërs zich gewonnen geven en kwamen ze onder de Romeinse heerschappij te staan. Het kruim van de Menapische krijgers werd ingelijfd in het Romeinse leger. Want Caesar wist als geen ander dat "de oude Belgen" de dappersten waren van héél Gallië.

Kaart met de Romeinse provincie-indeling van o.m. Gallië (Bron: Wikimedia)
Kaart met de Romeinse provincie-indeling van o.m. Gallië (Bron: Wikimedia).

In het begin van de 1ste eeuw van onze tijdrekening legde de Romeinse keizer Augustus (31 v. Chr.- 14 na Chr.) in het veroverde Gallië de basis van een goed geoliede territoriaal-administratieve structuur, die de volgende eeuwen grotendeels in voege zou blijven. Hij deelde Gallië op in 4 zelfstandige gebieden of 'provincies' ('provinciae'):

  • 'Gallia Narbonensis', de bestaande oude provincie in het zuiden, met Narbo Martius (nu Narbonne) als hoofdstad;
  • 'Gallia Aquitania', met als hoofdstad Burdigala (= Bordeaux);
  • 'Gallia Lugdunensis' met Lugdunum (= Lyon) als hoofdstad;
  • 'Gallia Belgica', de meest noordelijk gelegen provincie, tussen de Seine en de Rijn, met Durocortorum (het huidige Reims) als hoofdstad. Het huidige Beitem lag binnen de grenzen van deze provincie 'Gallia Belgica'.

De bestuurlijke indeling van ons land in de Romeinse tijd
De bestuurlijke indeling van ons land in de Romeinse tijd (1ste en 2de eeuw na Christus).

Tussen 82 en 90 na Chr., onder keizer Domitianus, werden in het noorden en het oosten van de provincie "Gallia Belgica" twee zelfstandige provincies losgehaakt, "Germania Inferior" en "Germania Superior".

In 297 na Chr., onder keizer Diocletianus, werd de provincie 'Gallia Belgica' nog eens in tweeën gedeeld:

  1. 'Belgica Prima' in het oosten, met Augusta Treverorum (Trier) als hoofdstad,
  2. 'Belgica Secunda' in het westen, met als hoofdstad Durocortorum (het huidige Reims). Beitem situeerde zich binnen 'Belgica Secunda'.

Net zoals alle andere Gallische provincies, werd 'Belgica Secunda' door de Romeinen onderverdeeld in 'civitates' (=bestuursdistricten). Een ervan was de 'civitas Menapiorum' - het gebied van de Menapiërs - en had zijn bestuurlijk centrum in 'Castellum Menapiorum', het huidige Cassel (Kassel, N.-Fr.). Het huidige Beitem was gelegen op het grondgebied van die 'civitas Menapiorum'.

In de late keizertijd werd het bestuurlijk centrum van de 'Civitas Menaporium' verlegd van Kassel naar Turnacum, het huidige Doornik. Als gevolg hiervan werd de 'civitas Menapiorum' omgedoopt tot 'civitas Turnacensium', naar de naam van haar nieuwe hoofdstad Doornik. De grenzen ervan stemden min of meer overeen met die van het latere bisdom Doornik.

Keltische siervoorwerpen die werden opgegraven op de top van de Kemmelberg.

    Disclaimer     © Copyright 2014- . Alle rechten voorbehouden. Contact: willem.wylin@telenet.be